« Blog THE BLOGARY DEEL V

ZONSONDERGANG

Deel V: Eindhoven (slot)

Was het niet gewoon een camera? vraagt L. voorzichtig. Nee, natuurlijk niet. Wat zou X. in godsnaam met een camera moeten? Ik probeer enigszins overtuigend over te komen. Maar als ik er over nadenk, het had best een camera kunnen zijn. Ik weet het eigenlijk niet. Het lijkt me beter om deze onwetendheid voorlopig maar een beetje voor mezelf te houden. We staan bij de repetitieruimte en wachten op T.. Hij zal de Tijd wel weer eens zijn vergeten. Het duurt allemaal nogal lang. Ik heb het koud. Ik besluit mij tot een korte wandeling te zetten om het wat warmer te krijgen. Ik loop een stukje door het Vondelpark en kijk wat om me heen. De lucht is onvoorstelbaar blauw. De takken van de bomen zijn inmiddels vrijwel geheel naakt en het gras ligt bezaaid met dorre bladeren. De Zon doet haar uiterste best, maar het mag niet baten. Het stemt mij droevig. Het zal alleen nog maar kouder worden. Ik loop terug in de richting van L. en ga op een bankje zitten. Ik wil een sigaret opsteken maar merk dat ik geen vuur heb. Fantastisch! Ik kijk naar L. die is blijven staan voor de repetitieruimte. Heeft hij vuur? Ik krijg geen oogcontact. Hij tuurt peinzend in de verte. Wat gaat er toch in zijn hoofd om? Plotseling komt hij in beweging en loopt mijn kant op. Hij zou er foto’s mee kunnen maken, zegt hij en hij gaat zitten. Daar heb ik eerlijk gezegd geen goed wederwoord op, maar dat is gelukkig niet nodig. T. komt aangereden met de bus.

T. heeft er wel zin in vandaag, lacht hij. Hij komt uit Tilburg en dat ligt schijnbaar in de buurt van Eindhoven. Ik vraag of Eindhoven een mooie stad is. Geen flauw idee! Hij is er nooit geweest. We laden in. T. zingt een vrolijk wijsje. Ik vraag of hij vuur heeft. Natuurlijk jongen! hij steekt mijn sigaretje aan en steekt er zelf ook één op. Het goede humeur van T. werkt aanstekelijk en we laten onze sigaretten tevreden branden.

We zitten met z’n drieën in de bus. B. komt op eigen gelegenheid. L. profiteert van de situatie door languit op de achterbank te gaan liggen. Even zijn geest lenigen, mompelt hij. Ik geloof hem niet, volgens mij staat hij op het punt in slaap te vallen. T. zet Creedence aan. Vanaf nu alleen nog maar Creedence in de bus. Hij steekt zijn wijsvinger uit en kijkt mij streng aan. Dan verslapt zijn blik en begint hij luid mee te zingen. Ik kijk uit het raam. De Zon houdt nog altijd moedig vol. Ze overstelpt ons met haar gouden stralen maar het wilt gewoon niet meer lukken. Ze moet het er echt uit persen.

De afwezigheid van B. heeft wel iets prettigs. Er wordt niet geklaagd, niet onnodig gestopt om de lokale tankstation-cuisine uit te proberen en er mag gewoon naar muziek geluisterd worden. Ik zou hier wel aan kunnen wennen. Tussen de nummers door horen we L. zachtjes brabbelen op de achterbank. Hij praat wat in zijn slaap. T. en ik kijken elkaar ontroerd aan. Ik gaap en merk dat ik zelf ook een beetje begin weg te dommelen. T. geeft een goedkeurend knikje.

Als ik wakker word is de Zon al onder. Ik heb het gemist! Ik vraag T. geïrriteerd waarom hij mij niet wakker heeft gemaakt. T. zegt dat ik mij niet aan moet stellen. Immers, de Zon gaat iedere dag onder. Dat is waar. Maar ik wilde het zien! Tsja, volgende keer beter, zegt T..

We rijden Eindhoven binnen. Zogenaamd de Lichtstad. Overal zijn de straatlantaarns uit. Vreemd. Aangekomen bij de zaal staat B. ons al op te wachten. Net als T., is B. in een uiterst goed humeur. Lang leve Brabant!, roepen ze gezamenlijk uit en ze omhelzen elkaar. B. komt uit een dorp in de buurt van Tilburg en dus ook in de buurt van Eindhoven, als ik het goed begrijp. Het is maar goed dat ze de taal beheersen want ik kan mij moeilijk verstaanbaar maken. Ik probeer wat met de mensen van de zaal te praten maar het daagt mij al vrij snel dat ik vandaag niet zo veel zal gaan zeggen. Alles klinkt als een vraag.

Verstoken van communicatie met de inheemse bevolking struin ik een beetje door het zaaltje. Het heeft wat weg van een coffeeshop. Er wordt flink de brand in gestoken en joints gaan van hand tot hand. Al spoedig hangt er een grote blauwe waas in de zaal. Mijn ogen prikken. L. en ik besluiten elders op avontuur te gaan. De stad is in duisternis gehuld. Waarom zijn de lichten uit? Ik snap het niet. L. weet het ook niet. Maar het heet toch niet voor niets de Lichtstad vraag ik. Tsja, zegt L., hij kan er ook niet meer van maken.

We lopen terug naar de zaal. Het begint aardig druk te worden. het valt mij op dat dit niet het publiek is dat normaal naar onze shows komt kijken. Iedereen heeft een stuk bont aan zijn kraag hangen. Als trouwe Vegetariërs proberen we er iets van te zeggen maar we krijgen een aantal vuile blikken en onverstaanbare verwensingen. Ik begin een beetje bang te worden en klamp mij aan L. vast. Dit lijkt hem, gezien de situatie, niet zo een verstandige keuze. Ze kunnen nog wel eens het verkeerde idee krijgen en dan zit het er dik in dat de poppen gaan dansen. Dat is waar. Ik laat hem los. Zo onopvallend mogelijk lopen we naar het podium waar T. op de rand zit. Hij is furieus. Hij heeft van de versterkers een soort fort gemaakt en staat er met een microfoon standaard in zijn handen voor. Hij houdt het ding vast alsof het een knuppel is. Denk toch eens na, spuwt hij, ze proberen straks alles te stelen! We moeten op onze hoede zijn. Hij begint te schreeuwen. Laat nooit meer je krijgsmakkers alleen! Wat bezielt jullie? Hij rammelt L. door elkaar. Vooruit! Aan de slag. L. komt meteen in actie en slijpt zijn drumstokken tot pijlen. Ik maak van mijn gitaarsnoeren lasso’s. Waar is B.? vraag ik. Dan komt B. ineens te voorschijn.. Hij is geheel in het zwart en draagt een bivakmuts. Ik ben onzichtbaar fluistert hij mij toe. Fantastisch. Hij is nu echt gek geworden. Waar zijn we in godsnaam in beland.

Wat nu? Wat moeten we in godsnaam doen? Uit frustratie gooi ik mijn lasso’s op de grond en begin ik onrustig heen en weer te lopen terwijl ik na probeer te denken. Rustig! roept T.. Ze ruiken angst. Wat maakt het uit! zeg ik. Ik weet het allemaal niet meer. Het enige dat ik weet is dat ik ongelofelijke dorst heb.

Dorst? Ha! Dat komt goed uit zegt B.. Hij gebaart ons stil te zijn en sluipt richting bar. Ik wil hem tegenhouden. Dit betekent zijn einde! De arme stakker. T. steekt zijn hand op. Het komt goed. Hij weet waar hij mee bezig is. En inderdaad, B. staat inmiddels achter de bar bier te tappen. Niemand heeft iets in de gaten. Hij komt terug met een vol dienblad en we drinken. Als de ergste dorst is gelest besluiten we de versterkers op hun plek te zetten en een korte sound check te houden. L. test de drums, tot groot genoegen van de zaal. Maar zodra de eerste noten uit mijn gitaar schallen en ik mijn nieuwe reverb-pedaal uittest rent een groot deel van het publiek met vingers in de oren de deur uit. Vervelend.

We lopen naar buiten en roken een sigaret. We zien geen hand voor ogen. De straatverlichting is nog steeds uit. We kijken omhoog. Het is een heldere nacht en we kunnen een groot aantal sterren zien. De sterren staan goed, zegt T. Dat is waar. Ik constateer dat er vanavond niemand naast de deur van de WC hoeft te spelen. Een strategisch voordeel. Het kan nog best een mooie show worden. Misschien moeten wij ons wat meer open opstellen, stelt L. voor. B. knikt en doet zijn bivak muts af. T. knikt ook en verklaart een plan te hebben. Het is misschien een beetje gewaagd, maar het zou zo maar eens kunnen werken. We gaan Eindhoven in palmen met een Nietsontziende Uiting van Liefde. Goed idee! roep ik en ik begin wat kleren uit te trekken. Ik heb het blijkbaar niet goed begrepen. Het is meer een houding, legt T. uit. Ik snap niet wat hij bedoelt. Maakt niet uit zegt hij en slaat mij broederlijk op de rug. We lopen weer naar binnen, betreden het podium en beginnen te spelen. Het stroomt vol. Ik weet niet precies wat T. zijn Nietsontziende Uiting van Liefde behelst, maar het werkt. De sfeer zit er goed in. Jongens met Bontkragen delen hun joints met oude mannen met vreemde Piercings, meisjes dansen en fotografen halen acrobatische stunts uit om een goed plaatje van L. te krijgen. Er wordt nauwelijks geknokt. Ik voel Liefde!

Wat een glorieuze overwinning. Iedereen is goedgemutst. Mensen komen naar ons toe en we praten wat met ze. De vijandige sfeer van nog geen twee uur geleden lijkt plots jaren geleden. We drinken. Na het drinken bouwen we af en gaan we de stad in. De duisternis hindert ons niet. We lopen richting de Effenaar. Omdat we hier volgende week met Een Bekende Rockband zullen spelen vindt T. het wel een goed idee om even een kijkje te nemen. Er blijkt niet zoveel te doen te zijn. Er wordt traag geklapt voor een Schijnbaar Buitenlandse band. Geen goede plek om onze feestvreugde mee naar toe te nemen en dus lopen we weer naar buiten. Dat zal volgende week wel anders zijn! verklaart T. en hij steekt een sigaret op.

We halen de bus op en laden in. L. rijdt ons de stad uit. We kijken terug op een mooie avond. Sterker nog; we kijken terug op een mooie tour. Veel harten veroverd en veel van Nederland gezien. Kleine kroegen, minder kleine kroegen, zelfs een enkel zaaltje. De Laatste Popronde show zit er op. We zijn het Einde voorbij. L. kan het niet geloven. B. wordt sentimenteel. Voorzichtig kruipt een traantje langs zijn snor haren omlaag. L. belooft bij de MacDonalds te stoppen. B. zijn gezicht klaart op en even lijkt er plaats te zijn voor een klein glimlachje. Creedence? oppert T.. B. geeft zijn goedkeuring. Bad Moon Rising. T. en B. zingen mee. L. gaat spontaan harder rijden. Ik kijk uit het raam. Het wordt al langzaam licht. Het zal niet lang meer duren voordat de Zon opkomt!

The Vagary

Geschreven door: The Vagary

The Vagary maakt rauwe power pop met bitterzoete melodie├źn en venijnige walls of sound, catchy as hell. In hun korte bestaan deden ze reeds support... » lees verder